2000 jaar geleden.
Een Chinese vrouw van ongeveer twintig loopt met drie bundels van zijden stoffen door een drukke straat. Ik noem haar Mai.
Mai is weduwe en haar man heeft haar een stoffenzaakje nagelaten die ze probeert in stand te houden. Ze gaat met de zijde naar een klant om die te proberen te verkopen.
Het zijn erge mooie stoffen.
Onverwachts loopt een grote lompe kerel tegen Mai aan waardoor de stof op de grond valt. Verschrikt ploft ze neer om de mooie zijde weer op te rapen voor ze smerig worden.
Een vrouw helpt haar.
Het is een vrouw die twee van die lompe kerels bij zich heeft.
Ze zijn niet achterlijk maar wel lelijk en lomp.
De vrouw, Jien, is getrouwd met een van de kerels, Wang, en probeert meteen van Mai van alles te weten te komen. Mai vertelt dat ze weduwe is en probeert geld te verdienen.
Jien prijst meteen de andere grote kerel aan als man.
Geen vrouw kan het alleen redden beweert Jien en Mai moet blij zijn dat Ting met haar wil trouwen. Ting wil Mai wel en grijpt haar arm beet. De drie zijn erg opdringerig.
Mai kan zich met moeite losrukken en wegkomen.
2000 jaar geleden.
Toetancamon zit als een jong kind, acht of negen jaar oud, samen met ongeveer tien andere kinderen opgesloten in een tempel. Toet is net als de andere kinderen lichtbruin van huid, mager en slank. Met een kaalgeschoren hoofd en een gewoon gezicht. Niet bijzonder knap of iets anders.
Ze hebben geen kleren aan en zijn kaal geschoren.
De kinderen spelen een soort tikkertje op de banken en springen over de smalle open ruimte in het midden om elkaar te pakken.
Ze zitten in een kleine ruimte, waar marmeren platen grote banken vormen, met in het midden een smalle langwerpige ruimte. De banken lopen niet door, maar daarachter is een open ruimte die voert naar een smalle deur.
Naast die deur staan twee soldaten. Dit zijn grote halfnaakte mannen. Ze dragen alleen sandalen en een lendenschort. Ze zijn gewapend met speer en hun zwarte haar is die halflange vierkante zwarte pruik.
Het beeld veranderd.
De witte tempel heeft buiten een voorhof, een langwerpige ruimte met zes grote witte marmeren zuilen aan weerszijden en daarachter afgeschermd door een hoge muur.
Dit hof baad in schel zonlicht, het is er kokendheet.
Chemr, een priester loopt over het hof. Hij is een oude man met kromme benen, draagt alleen een korte lendendoek en is kaal. Chemr is er trots op dat de kokendhete hitte hem niet deert. Hij voelt zich beschermd door de goden en machtig door wat hij allemaal weet.
Chemr bukt en stapt door de lage vierkante deuropening. Binnen valt meteen koelte en schemering op hem. Het plafond is hoog. Binnen is de tempel groot en vierkant. De vloer bedekt met witte vierkante platen, de muren zijn van wit marmer en her en der brand een olielampje naast een verguld houten beeld op een marmeren voetstuk.
In het midden is een vierkant gebouwtje zonder ramen of zelfs een deur.
Chemr loopt met snelle stappen door de tempel. Rechts staat een vierkant stenen gebouwtje. Links is er een hoek.
Daar daalt de tempel af naar de grote witmarmeren banken. Een stuk of drie boven elkaar. Hier is het koel en de kinderen eten en slapen op het marmer zonder dekens of kussens.
Toet verveel zich. Hij wist eerst nog niet dat hij anders was als de andere kinderen en bevoorrecht was.
De kinderen vervelen zich vreselijk en willen graag naar buiten. Ze kijken naar de deur en naar de soldaten, maar durven niet.
Dan vertelt een van de kinderen tegen Toet dat hij macht heeft. Dat hij belangrijk is en dat de soldaten hem moeten gehoorzamen. Als hij het zegt, zullen de soldaten hem naar buiten laten.
Toet gaat naar de deur en zegt de soldaten dat ze hem naar buiten moeten laten.
Vlak voor de deuropening is de afgrijselijk kokendhete hitte te voelen die er door komt.
Als de soldaten hun speren voor hem kruisen gaat Toet snel weer terug. Hij wil al niet eens meer naar buiten, waar het zo akelig heet is.
Chemr komt erbij en gaat in de smalle ruimte tussen de banken zitten, de kinderen om hem heen. Zo krijgen ze les.
Later, als de kinderen moe zijn slapen ze op de banken, hun eigen arm als kussen. Het marmer is niet eens koud.
Later neemt Chemr toet mee naar een kleine kamer in de tempel.
Op een tafel staan een stuk of 6 verschillende soorten kistjes. Sommige heel mooi en kostbaar van goud en lapis Lazuli. Anderen van simpel hout.
Toet moet een van deze kistjes uitkiezen om zijn goddelijke afstamming te bewijzen.
Toet pakt een gewoon houten kistje op met een zwarte Horus erop. Aan de onderkant staat zijn naam!
Het is goed, hij mag de tempel uit.
Slaven komen aanlopen met een houten draagstoel. Een klein plankje aan twee dunne lange houten stokken. Zodra Toet, met gekruiste benen, op het plankje gaat zitten, wordt hij opgetild door de 4 mannen die de stokken op hun schouders nemen en ze gaan lopen.
Dit schommelt heel eng en hij is als de dood van het plankje af te vallen.
Toet ziet de grote uitgang op zich afkomen en het zonlicht er door schijnen.
Hij weet niet wat er allemaal gaat gebeuren en is eigenlijk doodsbang.
==================================================================
2500 jaar geleden.
--Bronstijd.
Noah is een man van ongeveer vijf a zesentwintig jaar.
Hij heeft schouderlang lichtblond haar, een baardje en hij draagt een bruine broek en jack met lange mouwen van leer.
Noah bouwt een huis.
Hij staat op het dak en heeft dikke buigzame houten takken aan elkaar gemaakt in een vierkant ruitenpatroon met leren banden aan elkaar vastgemaakt. Noah pakt zo’n kruising beet en beweeg dat om te kijken of het wel goed vast zit. Hij voelt zich erg tevreden en trots over het bouwen.
--Dat is alles.
============================================================
2000 jaar geleden?
Ocu, een Incakrijger loopt tussen de schuine wanden van twee piramides die dicht tegen elkaar aan staan. Hij loopt naar de achterkant.
Het is donker, maar de maan schijnt fel.
Ocu ziet iemand liggen. Op zijn rug, de armen en benen verwrongen ligt er een man waarvan de borstkas een opengerukt bloederig gat is.
Ocu heeft nog met deze grote sterke krijger gevochten en hem overwonnen.
Ocu weet niet waar de dapperheid en moed van deze krijger is gebleven.
Hij buigt voorover om in het bloederige gat te kijken, waar het hart heeft gezeten. Daar ziet hij alleen maar rauw vlees.
Ocu kijkt omhoog naar de maan en verbaasd zich erover dat iemand net nog kon vechten en praten en nu dood is.
----------------------------------
Petra wilt graag haar ervaringen over reincarnatie met de lezeers van foryou.nl delen. Heeft u vragen en/of opmerkingen, of wilt u gewoon uw ervaringen met Petra delen, dan kan dat.
Stuurt u dan a.u.b. een mail naar terry.rose@foryou.nl en Terry stuurt uw mail door aan Petra.





