Meld uzelf aan voor een levens- veranderende seminar.
Gedragsproblemen
Leer- en gedragsproblemen zijn één van de aandoeningen die kunnen ontstaan door voedselovergevoeligheid. Bij 70 % van de kinderen worden deze problemen veroorzaakt door voeding. Door voedingsaanpassing zoals: eliminatie van suikers, alle E-nummers, melkproducten en veelal ook tarwe, nemen de symptomen enorm af.
Alle ‘hersenaandoeningen’ vinden baat bij voedingsaanpassing:ADHD, ADD, dyslexie, dyspraxie, autisme-spectrumstoornis, NLD (nonverbale leerstoornis), OCD (obsessief-compulsieve stoornis). Niet alleen het gedrag van het kind gaat er enorm op vooruit maar ook de schoolresultaten.
Dit alles zorgt voor meer positieve respons vanuit de omgeving van het kind. Door deze verhoogde positieve aandacht voor het kind gaat ook het zelfbeeld enorm toenemen met als resultaat dat het kind zich aanmerkelijk beter in zijn vel voelt. En dat geeft weer een postieve visuele cirkel. Als het kind zich beter voelt worden de prestaties ook beter.
Van zo 'n 70% van de ‘hersenaandoeningen’ (zoals ADHD, dyslexie, autisme) wordt beweerd dat ze erfelijk zijn. In de overige 30% van de gevallen kan er sprake zijn van omgevingsinvloeden, zoals:
-vroeggeboorte
-een zeer moeilijke bevalling, met ernstig zuurstoftekort
-placentabloedingen
-vruchtbeschadiging tijdens de zwangerschap doordat de moeder bijvoorbeeld medicijnen of alcohol heeft gebruikt of veel heeft gerookt.
Onderzoekers die werken met voedselovergevoeligheid hanteren de volgende theorie: De ouders van het kind met leer- en gedragsproblemen zouden zélf ook voedselovergevoeligheid hebben. De erfelijke factor zou dus niet de hersenaandoening maar de voedselovergevoeligheid zijn.
Bij veel gevallen van ADHD, dyslexie en autisme zou minstens één van beide ouders dezelfde symptomen vertonen, al dan niet in lichtere mate.
- Pak bij een kind met ADHD de voedselovergevoeligheid aan en de symptomen zoals druk, impulsief gedrag en de aandachtsstoornissen zullen sterk afnemen.
- Hetzelfde geldt voor kinderen met dyslexie: als het kind een individueel aangepast dieet volgt, zal het zich beter kunnen concentreren en minder moeite hebben om correct te schrijven en lezen. Het zal zelfs een toegenomen enthousiasme vertonen voor lees- en schrijftaken.
- Ook bij kinderen met autisme spectrumstoornis zien we verandering: het kind geeft merkelijk meer respons op zijn omgeving en vertoont minder dwangmatig gedrag.
- De meeste kinderen met gedragsproblemen hebben ook lichamelijke klachten: buikpijn, diarree, hoofdpijn, veel zweten, vaak moe, chronische neus-, keel- en oorklachten, bedplassen, slaapproblemen, enz.
Het is opvallend dat de meeste van deze lichamelijke klachten tijdens de dieetperiode ook verdwijnen. Vrij snel kun je zien dat het kind verandert: het kind gaat zich socialer opstellen, is ook opgewekter (door dat het zich beter voelt), wordt veel rustiger en aangenamer in de omgang. Doordat ook de leer- en concentratieproblemen sterk verminderen, nemen ook de schoolresultaten enorm toe.
Door een aangepast dieet komt het kind in een opwaartse spiraal terecht. Daarom zal het kind er niet veel moeite mee hebben zich aan de niet altijd eenvoudige ‘regels’ van het dieet te houden. Als het kind weet dat snoep hem meer kwaad dan goed doet, zal het uit zichzelf de snoep weglaten. Neen, dit voelt voor het kind niet aan als een ‘straf’… Integendeel, het kind weet dat het de moeite waard is om niet te snoepen want het krijgt er veel voor terug. Deze discipline wordt beloond met meer liefde en aandacht vanuit de omgeving, betere schoolprestaties en een toegenomen eigenwaarde.
Kortom: bij de meerderheid van de kinderen met leer- en gedragsproblemen zal met een aangepast dieet enorme vooruitgang kunnen worden geboekt.





