Lichaam & Sport: Spieren en gewrichten - Hoe zit het?



Spieren en gewrichten
Een compleet menselijk skelet bestaat uit 206 beenderen. Deze beenderen kunnen niet buigen, dus zijn er de gewrichten die fungeren als scharnierpunten. Om te bewegen heeft het lichaam weer spieren nodig.

Gewrichten
Een gewricht is een beweeglijke verbinding tussen botstukken. Een gewricht bestaat uit twee botstukken die beiden aan het uiteinde bekleed zijn met kraakbeen. Kraakbeen is glad en elastisch weefsel dat samen met het vocht dat in het gewricht wordt aangemaakt schokken kan opvangen en soepele bewegingen mogelijk maakt.

Om elk gewricht zit een stevig gewrichtskapsel met daarin ruimte voor vocht. Het kapsel houdt de botten bij elkaar en is aan de binnenkant bekleed met een slijmvlieslaag. Deze slijmvlieslaag maakt gewrichtssmeer aan en die zorgt er op zijn beurt weer voor dat de gewrichtsvlakken bekleed zijn met een dunne film waardoor ze van elkaar gescheiden blijven, schokken worden opgevangen en er zo min mogelijk wrijving optreed.

Kraakbeen is erg kwetsbaar omdat het voedig krijgt uit gewrichtsvloeistof in plaats van uit de bloedvaten. Het kraakbeen wordt steeds afgebroken en opnieuw aangemaakt. Bij volwassenen is de kraakbeendikte in bijvoorbeeld de heupen zo'n vijf mm. Als het kraakbeen beschadigt kan dit gevolgen hebben voor de gewrichten. De soepele werking van het gewricht kan verloren gaan.

Er zijn drie verschillende soorten gewrichten. Deze gewrichten maken alledrie een verschillende beweging mogelijk.

Het kogelgewricht laat bewegingen in alle richtingen toe. Kogelgewrichten zitten in de schouders en in de bekken, armen en benen kunnen zo vrij bewegen.
Het scharniergewricht laat bewegingen in een richting toe. Deze gewrichten zitten in bijvoorbeeld vingerkootjes en ellebogen.
Rolgewrichten zitten in de onderarmen. Hierdoor kunnen het spaakbeen en de ellepijp om elkaar heen draaien.

Spieren
Het menselijk lichaam heeft meer dan 600 spieren met allemaal een eigen functie. Zo zijn er spieren voor voortbeweging, maar ook spieren die helpen bij het ademhalen of de spijsvertering. Ongeveer 40% van het lichaamsgewicht wordt bepaald door de skeletspieren. Samen met de botten en de huid vormen zij het lichaam.
De skeletspieren zorgen ervoor dat beenderen kunnen bewegen. Door middel van pezen zitten deze spieren vast aan de beweegbare botten en bestaan uit vezels die zich kunnen samentrekken. Door een spier te spannen wordt deze korter en dikker en trekt aan de pees. De pees trekt daardoor op zijn beurt weer aan het bot waardoor het bot beweegt.

Spieren kunnen alleen trekken, niet duwen. Bij het ontspannen wordt de spier slap en bij het spannen trekt de spier aan de pees en dus het bot. De meeste spieren in het lichaam werken in paren, de een trekt een lichaamsdeel de ene kant op, de ander trekt deze weer terug. Deze spieren die in tegengestelde richting werken worden antagonisten genoemd.

Spieren worden de hele dag door gebruikt. Het hoofd wordt overeind gehouden door de nekspieren, de kaakspieren openen je mond of houden je mond dicht en de ooglidspieren zorgen ervoor dat je ogen open zijn en knipperen. Na verloop van tijd worden de meeste spieren moe. Bij vermoeidheid verslappen de spieren. Het hoofd knikt voorover, de oogleden vallen dicht en de mond zakt open.

Willekeurige spieren zijn spieren die alleen werken als iemand dat wilt. Deze spieren zijn bijvoorbeeld de spieren die de armen, de benen, het hoofd, gezicht en lichaam bewegen. Er moet nagedacht worden welke spieren er nogid zijn om een bepaalde klus te klaren. Als bijvoorbeeld een kind moet leren fietsen moet het tegelijkertijd trappen, sturen en in evenwicht blijven. Pas na veel oefenen kan men de willekeurige spieren gebruiken zonder erbij na te hoeven denken.

Het hart is een speciale spier. Bij het aantrekken van de hartspier wordt er bloed uit het hart geperst. Het samentrekken van de hartspier is te horen, dit noemen we de hartslag. Het hart werkt 24 uur per dag en wordt nooit moe.

Organen en ingewanden bestaan voor een groot deel uit onwillekeurige spieren. Deze kun je geen opdrachten geven, deze doen uit zichzelf hun werk.

Spierpijn
Iedereen heeft wel eens last van spierpijn. Na overbelasting ontstaat er pijn, kramp of stijfheid in de spieren. Meestal verdwijnt dit gevoel binnen een paar dagen.

Spierpijn ontstaat meestal door het langdurig of overmatig belasten van de spieren. Hierdoor kan er een ophoping van afvalstoffen ontstaan. De desbetreffende spier voelt bij beweging pijnlijk aan. Aan het begin kan het stekend en scherp zijn, later wordt het een doffe pijn. De spier voelt stijf en hard aan het doet pijn als je er op drukt.

Ook door spierkneuzing kan spierpijn ontstaan. Dit is een spierbescadiging waarbij een bloeduitstorting is ontstaan. Door de bloeduitstorting zwelt de spier en beweegt het minder makkelijk.

Bij een scheurtje in de spier voelt men een scherpe, korte, plotselinge pijn. Vaak komt dit voor in de kuitspier bij een onverhoedse beweging.

In de nek, rug en schouders komt weleens chronische spierpijn voor. Dit komt door overbelasting. Spierpijn kan ook een bijverschijnsel zijn bij sommige ziektes of medicijnen.

Spierpijn kan je voorkomen door goede warming up en cooling down voor en na het sporten. Na het sporten kan warmte (bijvoorbeeld een warme douche of een kompres) ook verlichting geven. Bij veel pijn kan een pijnstiller ook helpen. De werking van smeersels tegen spierpijn is nooit bewezen en een spierscheur kan alleen met rust genezen.

Spiertraining
Krachttraining en training voor massa zijn manieren om te spieren sterker en groter te maken. Door middel vanoefeningen met relatief zware gewichten in een langzaam tempo met relatief weinig herhalingen train je je spieren. De lichaamsreserves worden omgezet in massa en je spieren worden dikker en sterker. Pas bij het doen van deze oefeningen wel goed op de voorgeschreven houding, dit om blessures tegen te gaan.

Voor meer informatie / gesprek stof over Spieren en gewrichten ga naar ons ForYou Gezondheid Forum! en bespreek hier alles over dit onderwerp én meer!
 

Gratis Seminars