Artikel Hector van Dijk

‘Ik weet niet eens hoe ik eigenlijk heet’

14 januari 2022
17
16
0

Op de vraag of je zijn naam met een 'c' of een 'k' schrijft, is Hector van Dijk meteen heel duidelijk: 'Met een 'c', want Hektor met een 'k' is een hondennaam.' Maar of het écht de naam is die hij bij zijn geboorte heeft meegekregen, weet hij niet. 'Hector is in Honduras een veel voorkomende jongensnaam. Net zoiets als Jan of Henk in Nederland. Misschien heeft iemand me gewoon zo genoemd toen ik nog op straat leefde. Ik weet het niet. Ik weet ook niet eens zeker of ik wel 44 ben. Ze hebben na mijn adoptie mijn leeftijd 'geschat' naar aanleiding van mijn bot- en gebitsgegevens, maar mogelijk ben ik een paar jaar ouder. Ik kreeg tenslotte al op mijn 11e mijn eerste scheerapparaat, terwijl bij de meeste jongens de baardgroei pas rond hun 14e of 15e begint.'

Zwerfkinderen

‘Ik ben mogelijk te vondeling gelegd of op straat terechtgekomen toen ik een jaar of 2 was. Er is niemand die me dat kan vertellen. Ik heb nog wel herinneringen aan die tijd. Ik leefde op straat en kreeg weinig te eten. Er zijn weleens mensen geweest die medelijden hadden met dat kleine jongetje, en dan gaven ze me te eten en mocht ik bij hen in de schuur slapen. Maar als de volgende dag bleek dat ik iets fout had gedaan, ik heb bijvoorbeeld weleens in de schuur geplast, kreeg ik klappen en was ik niet meer welkom.’

Jeugdgevangenis

‘Als je op straat leeft, moet je vechten en knokken om te overleven, en de enige manier om eten te krijgen, is door het te stelen. Als je in Honduras ’s nachts op straat bent, word je neergeknald door de politie, en als ze je overdag te pakken krijgen, word je naar de jeugdgevangenis gebracht. Daar heb ik dan ook meerdere keren gezeten. Ik kreeg er nooit voldoende te eten, want het werd niet eerlijk verdeeld onder de kinderen. Nee, wie het snelste was, kreeg het meeste, en als je pech had, kreeg je niets. Ontsnappen uit de jeugdgevangenis was trouwens heel gemakkelijk. Je hoefde er alleen maar voor over het hek te klimmen. Dat heb ik vaak gedaan en dan leefde ik weer een tijdje op straat totdat ik weer werd opgepakt door de politie.’

Rood sportbroekje

Hector was vermoedelijk 6 jaar toen hij werd geadopteerd door een Nederlands echtpaar. ‘Ik weet het nog precies’, blikt Hector terug. ‘Op een dag stond er een heel mooie auto voor de deur. Een man en een vrouw stapten uit. Tegen mij werd gezegd dat ik snel naar boven moest gaan om mijn haren te kammen, mijn schoenen aan te doen en me om te kleden. Dat heb ik meteen gedaan, maar het enige wat ik aan kleding had, was een rood sportbroekje. Dat heb ik dus aangetrokken. En toen mocht ik met die man en die vrouw mee. Ze hadden me geadopteerd. Samen met nog een ander kind, een 4-jarig meisje: mijn ‘zusje’.’

Oom Floor

Hectors ouders hadden al twee biologische zoons. ‘Ze wilden graag meer kinderen, maar dat bleek niet meer mogelijk. Daarom besloten ze om twee baby’s te adopteren. Alles was hiervoor al geregeld en ze waren er speciaal voor naar Honduras afgereisd, maar op het laatste moment kregen ze geen toestemming om de baby’s mee te nemen. Een restauranthouder die ik kende als ‘oom Floor’ wist dat ik op dat moment voor de zoveelste keer in de jeugdgevangenis zat. Hij bleek in die tijd ook de ambassadeur te zijn via wie adopties werden geregeld. Dankzij hem ben ik in Nederland terecht gekomen en daar ben ik hem nog altijd dankbaar voor.’

Ondervoed

Omdat Hector ernstig ondervoed was, bleek hij te ziek om direct naar Nederland te reizen. Ook moest vroeg de adoptieprocedure nog de nodige tijd. ‘Daarom bleven we eerst nog zes weken in een hotel in Honduras. Mijn moeder en mijn zusje konden trouwens iets eerder naar Nederland vertrekken. Mijn vader en ik hebben de vliegreis een week later gemaakt. We kwamen aan op 13 juni, de dag waarop sindsdien mijn verjaardag gevierd wordt. Ik weet nog dat het een koude en regenachtige dag was. Het was zó anders dan het altijd warme Honduras.’

Muizen eten

In Nederland kwam Hector in een totaal nieuwe wereld terecht. ‘Het mooiste vond ik mijn eigen bedje en mijn eigen kamer. En ik kreeg elke dag te eten! Mijn bordje at ik altijd snel leeg, want ik wist niet beter of het was niet vanzelfsprekend dat ik de volgende dag weer te eten zou krijgen. Mijn moeder heeft me later zelfs een keer verteld dat ik haar vroeg of we een keer muis konden eten, want dat vond ik zo lekker. Blijkbaar heb ik dat in Honduras nog weleens gegeten.’

Taal

Hector: ‘Wat ik in het begin wel lastig vond, was de taal. Ik sprak in Honduras natuurlijk alleen maar Spaans/Portugees. De kinderen op school begrepen me niet. Gelukkig pikte ik de Nederlandse taal vrij snel op, maar het was net of er op dat moment een knop in mijn hoofd werd omgezet: ik kon geen woord Spaans meer spreken. Dat vind ik nog steeds jammer. Ik denk dat het ergens in mijn hoofd nog wel zit opgeslagen, maar ik zou het zo graag nog vloeiend kunnen spreken. Dan zou ik bijvoorbeeld oom Floor een keertje opbellen om even bij te praten en hem te vertellen wat ik heb bereikt in mijn leven.’

Hector tractor

‘Op school werd ik gepest. Ze noemden me ‘Hector tractor’. Ik was toen een jaar of 8 en ik vond het vreselijk. Ik wilde een andere naam hebben. Mijn ouders hebben de procedure daarvoor in gang gezet en we moesten er helemaal voor naar de rechtbank in Den Haag. Toen de rechter me vroeg: ‘Oké Hector, hoe wil je gaan heten?’ stond ik ineens met mijn bek vol tanden. ‘Als je nu niet zegt hoe je wilt heten, heet je voor altijd Hector’, zei de rechter nog. Maar ik wist niets te zeggen, dus is mijn naam nooit veranderd.’

Uit huis geplaatst

In de loop der jaren begonnen de problemen in Hectors nieuwe gezin zich op te stapelen. ‘Naarmate ik ouder werd en in de puberteit terechtkwam, werd ik steeds eigenwijzer’, vertelt Hector eerlijk. ‘Maar mijn vader, hij zat bij Defensie en was beroepsmilitair bij de luchtmacht, was misschien wel nóg eigenwijzer. Ik moest regelmatig voor straf op mijn kamer zitten, maar dan klom ik gewoon uit het raam en kon ik via het dak naar buiten. Dan zwierf ik weer een hele dag rond op straat. Dat vond ik niet erg, want dat was ik immers gewend. De ruzies met mijn vader mondden steeds vaker uit in vechtpartijen. De eerste jaren kon hij me nog wel aan, maar op een gegeven moment waren de rollen omgekeerd. Toen ik 13 was, werd de toestand onhoudbaar en ben ik uit huis geplaatst.’

Internaat

Hector kwam in een internaat terecht en is daarna onder begeleiding zelfstandig gaan wonen. ‘Volgens mijn begeleiders kun je nog niet voor jezelf zorgen als je 13 bent, maar in werkelijkheid kon ik dat heel goed. Dat deed ik in Honduras immers ook. Ik miste mijn ouders wel ontzettend. Vooral mijn moeder, want met haar kon ik altijd heel goed praten. Ik was vastbesloten om wat van mijn leven te maken. Ik wilde iets bereiken. Mijn diploma halen. En dat is me uiteindelijk ook gelukt en ik heb zelfs nog een lasdiploma kunnen halen.’

Beroepsmilitair

Net als zijn vader besloot ook Hector beroepsmilitair te worden. ‘In tegenstelling tot hem ben ik echter bij de landmacht gegaan. Tijdens mijn tijd bij Defensie, in totaal zesenhalf jaar, heb ik me verder laten scholen in het lassen. Dat vond ik geweldig en ik hoopte daar iets mee te doen als mijn tijd als beroepsmilitair erop zat. Ik ben ook verschillende keren op vredesmissie geweest, maar daar heb ik gelukkig geen akelige dingen meegemaakt. Wat wel heftig was, was het moment dat ik op oefening in Zweden was en ik halsoverkop naar Nederland moest komen: mijn vader lag op sterven en hij wilde me spreken. Ik ben toen meteen per helikopter naar Nederland vervoerd en heb nog alles uit kunnen praten met mijn vader voordat hij stierf. Daar ben ik nog steeds zó blij om. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor hem. Hij is heel rustig heengegaan.’

Lasinspecteur

Eenmaal uit dienst zocht Hector een baan waarbij hij zijn lasvaardigheden kon gebruiken. ‘Ik wilde verder in het samenstellen van metalen en constructies maken. Ik had dan wel mijn diploma’s, maar geen ervaring en dat maakte het moeilijk om hierin een baan te vinden. Daarom heb ik eerst verschillende baantjes in de schoonmaakbranche gehad. Uiteindelijk kon ik toch als lasser aan de slag. Ik heb er in de loop der jaren ook nog meer lasdiploma’s bijgehaald. Daar zaten pittige opleidingen tussen, maar het is me wel gelukt. Tegenwoordig mag ik mezelf lasinspecteur noemen, al werk ik nog wel steeds als lasser/onderhoudsmonteur.’

Toekomst

Privé staat het er op dit moment iets minder rooskleurig voor. ‘Ik had negentien jaar lang een relatie. Samen hebben we vier prachtige kinderen gekregen, maar tussen ons twee ging het niet goed meer. Bijna een jaar geleden besloten we uit elkaar te gaan. Op dit moment zie ik mijn kinderen zoveel mogelijk. Ik woon nu op mezelf. Voor de zoveelste keer. Maar als ik ’s avonds na mijn werk thuiskom, val ik toch een beetje in een gat. Dan is het zo stil. Daarom wil ik vechten voor mijn geluk. Voor mijn toekomst. En daar heb ik alle vertrouwen in.’

Deel dit artikel