Fotografe Monique Velzeboer: ‘afhankelijkheid went nooit’

23 januari 2018
173
1226
12

'Als ik de tijd terug kon draaien, zou ik weer voor shorttrack kiezen. Ik blijf het een heel mooie sport vinden', peinst Monique Velzeboer hardop. Een ongelukkige val op de ijsbaan in het Franse Font Romeau in december 1993 maakte echter een abrupt einde aan haar het leven als olympisch topsportster.

Auteur: Monique Bons

Droom

‘Mijn benen. Ze bewegen! Heel voorzichtig druk ik me op uit mijn rolstoel. Voor het eerst sinds jaren sta ik rechtop. Mijn eerste pasjes … ik loop! Al jarenlang droom ik deze droom, elke keer weer, maar dit keer is het géén droom. Dit is echt! Ik kan weer lopen! Ik kan fietsen! En dan … word ik wakker. Het bleek toch weer die droom’, Monique is even stil. Glimlacht. ‘Nee, dat doet nu geen pijn meer, maar lang was dat anders. Zoals in die eerste maanden na mijn ongeluk. Vooral dat moment tussen slapen en wakker worden. Dat moment dat ineens die harde werkelijkheid tot je doordringt: een dwarslaesie. Dat was confronterend. Die ochtenden, die waren het moeilijkst.’

Ongeluk

Tijdens een training voor de Olympische Spelen van 1994 in Lillehammer brak Monique twee nekwervels. ‘Ik ben met een snelheid van 45 kilometer per uur met mijn hoofd vol tegen de boarding geklapt’, blikt ze terug. ‘Een van de artsen heeft me later eens uitgelegd dat dit te vergelijken is met de kracht die vrijkomt wanneer je vanaf de lage duikplank in een zwembad zonder water duikt. Gelukkig had ik een stevige helm op die ervoor gezorgd heeft dat ik geen hersenschade heb opgelopen. De beschermingslaag was helemaal doorgedrukt. Mijn hoofd was dus goed beschermd, maar mijn benen voelde ik niet meer. Er was geen pijn, maar ik had het wel verschrikkelijk koud. En ik voelde een kille paniek. Die alles verlammende angst of het écht zo was. Maar eigenlijk wist ik het al wel: ik zou nooit meer schaatsen.’

Het lot

Die eerste periode daarna is in een waas aan Monique voorbij gegaan. ‘Ik weet niet precies meer hoe lang ik in het ziekenhuis heb gelegen. Daarna ben ik naar een revalidatiecentrum gegaan waar ik pas echt geconfronteerd werd met mijn afhankelijkheid en machteloosheid. Vreselijk vond ik dat, want ik deed en regelde altijd alles het liefste zelf. Die afhankelijkheid vind ik nog steeds niet makkelijk, dat went eigenlijk nooit echt.

Dat de Olympische Spelen aan mij voorbijgingen, was totaal niet meer van belang. Dat komt misschien ook wel omdat ik er al twee keer aan mee had gedaan. De openingsceremonie, het podium; ook al was ik nog maar 24, ik had het allemaal al een paar keer meegemaakt Die droom was al uitgekomen. Nee, het was ineens niet meer belangrijk om de beste en de snelste te zijn. Ook het feit dat ik nooit meer zou kunnen schaatsen vond ik niet eens het ergste. Nee, het ergste vond ik dat ik de meest simpele en alledaagse dingen niet meer kon doen. Ik denk dat het net als met rouwen is: je moet ermee leren leven. En dat kost tijd. Blijkbaar was dit mijn lot. Want zo beschouw ik dat toch met dit soort grote dingen. Dat is denk ik voor mij de makkelijkste manier om ermee om te gaan’, glimlacht ze bijna verontschuldigend.

Passie

Toen Monique na elf maanden uit het revalidatiecentrum werd ontslagen, pakte ze haar studie psychologie weer op. ‘Daar was ik al mee begonnen toen ik nog schaatste, maar de drive bleek weg. Dit was niet waar ik mee verder wilde. Ik moest iets vinden waar ik écht plezier in had. De keus viel op fotografie, iets wat ik altijd al leuk vond om te doen.’ Dat dit een belangrijke beslissing bleek waarmee ze veel voor kinderen met een handicap zou gaan betekenen, kon ze toen nog niet vermoeden. ‘Ik ging een cursus volgen en voor het eerst sinds tijden voelde ik die passie weer’, straalt ze. ‘Ik vond het geweldig om de persoon die ik voor de lens had zo krachtig en mooi mogelijk uit te beelden. Ik besloot me uiteindelijk als professioneel fotograaf te vestigen. Mijn eerste opdracht kreeg ik van de Schaatsbond. Ik moest portretten van schaatsers maken. Dit waren overigens niet de mensen met wie ik op het ijs had gestaan toen ikzelf nog sportte. Die waren inmiddels vrijwel allemaal gestopt. Dit was een compleet nieuwe generatie en daarom was het ook niet confronterend om hen op de foto te zetten. De afbeeldingen werden gebruikt voor een kalender waarvan de opbrengst naar het Liliane Fonds ging. Dat was mijn eerste contact met het Liliane Fonds. Zo is het balletje gaan rollen en ben ik voor hen jarenlang foto’s blijven maken voor kerstkaarten en kalenders. Niet van sporters, maar van kinderen met een handicap in landen waar het Liliane Fonds hen met projecten helpt een toekomst op te bouwen. Dankzij die hulp krijgen deze kinderen bijvoorbeeld fysiotherapie, hulpmiddelen en kunnen ze naar school. Het hele gezin wordt ermee ondersteund. Zo heb ik kinderen op de foto gezet in onder andere Rwanda, Peru, Kenia, Ghana, Ethiopië en Indonesië. Samen met jeugdvriendin en art director Erma Rotteveel en Wieke Biesheuvel, columniste bij Libelle. In de tien jaar dat we dat gedaan hebben, is er met de opbrengsten van kerstkaarten en kalenders bijna een miljoen euro voor het Liliane Fonds opgehaald. Als je in dergelijke landen bent, dringt het eigenlijk pas tot je door hoe goed we het hier in Nederland hebben. Vooral wanneer je een handicap hebt.

Levenslust

Erma en ik zijn voornamelijk op locaties geweest waar het Liliane Fonds actief is, en daar is de situatie voor deze kinderen al enorm verbeterd. Daar worden ze geholpen en niet langer gezien als een schande of straf. Maar los daarvan hebben we ook wel delen van het voortraject gezien en huisbezoeken gedaan waarbij je schrijnende dingen tegenkomt. Des te mooier is het dan om later alsnog te zien hoe de situatie veranderd is, waardoor het kind nieuwe kansen en een toekomst krijgt’, blikt Monique met warme gevoelens terug. ‘Maar we hebben veel meer bijzondere dingen meegemaakt. Zoals die Masai vrouw die niet wist wat haar overkwam toen ze mij in een rolstoel zag zitten. Tot dat moment was ze ervan overtuigd dat dit alleen bij de Masai voorkwam. En nu zag ze ineens mij, een westerse vrouw, die ook niet kon lopen!’ De kinderen op Moniques foto’s stralen vooral levenslust uit. Blijheid. ‘Dat is ook wat mij elke keer weer raakte. Dat die kinderen, ondanks hun handicap, ook positief en blij zijn. Ze zijn beslist niet zielig en dat is ook de boodschap die ik met die foto’s wil meegeven. Dat vind ik belangrijk, en dat houd ik mijn eigen kinderen ook altijd voor.’

Kinderen

Een prachtige en levensgrote foto van haar twee kinderen, Quincy (12) en Yara (6), siert de muur van de hal in haar appartement. Dat het voor haar niet mee zal vallen om hen als alleenstaande moeder op te voeden, wuift Monique meteen weg. ‘Over het moederschap heb ik nooit getwijfeld. Door mijn handicap kan ik sommige dingen niet en dat zien mijn kinderen natuurlijk ook. En ja, dat wordt soms uitgebuit. Zo kropen mijn kinderen toen ze klein waren nog wel eens achter de bank zodat ik niet bij hun kon komen. Dat soort situaties vergen misschien wat meer overwicht van mijn kant. Of in ieder geval meer geduld en dat heb ik na mijn ongeluk wel moeten leren. Maar het heeft ook een andere kant. Quincy en Yara vinden het leuk om me te helpen. Zoals bijvoorbeeld tijdens de avondvierdaagse. Dan vechten de vriendjes en vriendinnetjes erom wie mij mag duwen, maar dat willen mijn kinderen dan zelf doen, want ik ben hún moeder’, grinnikt Monique.

Gedoe

Natuurlijk heeft het leven met een dwarslaesie ook minder fijne consequenties. Je kunt niet spontaan de deur uit gaan als je ergens naar toe wilt. Met een handicap is alles veel meer gedoe. ‘Iemand heeft eens uitgerekend dat ik gemiddeld een dag in de week bezig ben met regelen en voorbereiden voordat ik iets kan ondernemen. Maar dat is nu eenmaal zo. Ik probeer overal het positieve van in te zien en kijk vooral naar wat ik nog wel kan. Mijn handicap heeft me ook mooie dingen gebracht. Zoals die reizen die ik voor het Liliane Fonds heb gemaakt. Eigenlijk zou ik zo’n reis ook graag eens samen met mijn kinderen maken. Misschien over een paar jaar; Quincy is er oud genoeg voor, maar Yara vind ik nu nog te jong. Het lijkt me heel waardevol om hen die ervaring mee te geven.’

Deel dit artikel