Een vingerafdruk in taal

15 november 2021
62
62
0

Eén van de dingen die ik het leukst vind aan taal, is hoe persoonlijk het is. Taal is een vingerafdruk. Hoe je praat en wat je zegt is vaak uniek aan jou of aan de groep(en) waartoe je behoort. Wanneer mijn vader mij wijst op een ‘rimme romme’, dan weet ik dat er een telefoonpaal in de buurt staat. En als mijn zusje moest ‘parkileferen’ dan weet ik dat ze de auto voor onze deur moest fileparkeren. Iets wat een ander niet begrijpt, maar woorden die in ons gezin doodnormaal zijn.

Onderlinge band

Zo bevestigen een paar woorden of zinsnedes opeens dat wij een groepje, een gezin zijn. Een groepje mensen met een taal waarvan alleen wij de betekenis kennen. En dat schept een band, of verdiept deze.

Sociaal dialect

Als je de betekenis van de volgende zin zonder probleem kunt lezen, is de kans groot dat je jong bent en studeert: ‘Na onze kowa gisteren heb ik spebi gedronken bij de bopla, echt heerlie de peerlie’*. Hoewel je dit misschien (ironisch) wel tegen je vriendinnen zegt, zal je de woorden waarschijnlijk niet snel in je mond nemen tegenover je ouders of collega’s. Het slaat dood, komt niet aan of is niet zinvol in die context. Met andere woorden, je spreekt een bepaald ‘sociaal dialect’ dat hoort bij jouw groep of subcultuur.

Primaire levensbehoefte

En dat doen we, bewust of onbewust, bijna allemaal. Want tot een groep willen horen is een primaire levensbehoefte, schrijft onderzoeker Claudia Gomes. In een groep voel je je veilig, geborgen en geaccepteerd. Taalgebruik is een belangrijk onderdeel van deze groepsvorming. Wanneer je bepaalde woorden of zinsnedes toepast, bouw je een grens. Aan de ene kant zijn er de mensen die je snappen, waar je bij hoort, waarbij je je thuis voelt, aan de andere kant de mensen die dat niet doen of zijn.

Keerzijde

Maar er is een keerzijde. Want hoewel het sociale dialect de solidariteit binnen een groep versterkt, kan het ook leiden tot uitsluiting. Leden van andere subculturen kunnen iemand be- of veroordelen op basis van diens taalgebruik. Zo blijkt dat het taalgebruik van de machtige sociale groep wordt geassocieerd met prestige. Mensen die deze ‘prestigetaal’ spreken, krijgen hoger aanzien en wordt vaak meer succes en intelligentie toegedicht. Daardoor krijgen ze meer kansen dan mensen die dit sociale dialect minder beheersen.

Straattaal

Ook kunnen sommige mensen neerkijken op de sprekers van een bepaald sociaal dialect. Denk bijvoorbeeld aan mensen die graag straattaal spreken, wat door sommigen tot ‘smurfentaal’ werd gereduceerd. Of het Bargoens, een taalvariatie die voornamelijk werd gesproken door daklozen, rondtrekkende handelaren en kooplieden, wat zelfs een dieventaal werd genoemd. Jammer.

Taalgevoelig

Sprekers van verschillende sociale dialecten zijn vaak uitstekend in staat te schakelen tussen variaties wanneer de situatie daarom vraagt. Dat maakt ze taalgevoelig en creatief. Bovendien draagt het bij aan de algemene taal, die steeds weer nieuwe nuances en uitdrukkingen krijgt. Gelukkig maar, want een taal die niet meer verandert en verbuigt, is dood.

Rijk, creatief en belangrijk

Sociale dialecten zijn rijk, creatief en belangrijk, want taal leeft en heeft constant nieuwe voeding nodig. Nieuwe woorden of betekenissen waarmee we ons nog preciezer, kleurrijker of uitgebreider kunnen uitdrukken. Zeg nou zelf: had jij uitdrukkingen of woorden als ‘jij bent nog niet jarig!’, ‘kassiewijle’ of ‘habbekrats’ willen missen?

*Betekenis: ‘Na onze korte wandeling gisteren heb ik speciaalbier gedronken bij de borrelplank, echt heerlijk.’

Deel dit artikel