De mama van klussen en verbouwen

16 december 2021
104
104
0

Als je mij 10 jaar geleden had verteld dat ik in een dorpje boven in Groningen terecht zou komen, had ik je waarschijnlijk voor gek verklaard. Want ik zou heus niet weggaan uit mijn stadje waar ik lopend naar de kroeg kon en kruipend naar huis. Waar meer kroegen dan supermarkten zijn. Waar iedere zomer zes Donderdag Meppeldagen zijn. Waar het altijd weer een leuk feest is. Waar ik dicht bij mijn familie en vrienden woonde. Maar niks is minder waar… Ik ben verhuisd voor de liefde!

Tussenstop

Eerst heb ik vier jaar een tussenstop gemaakt in een, volgens mijn vriend, centraal dorp net boven de stad Groningen, waar wij met veel plezier wonen met fijne mensen om ons heen. En vervolgens hebben wij, met deze bizarre gekte op de huizenmarkt, een vrijstaand huis met wijds uitzicht én twee badkamers kunnen kopen. Een huis waarop we niet met een ton hoefden overbieden, waar we niet krom voor hoeven liggen om de hypotheek te kunnen betalen. Een betaalbaar huis in deze tijd. En dat allemaal… omdat niemand er wonen wil. Het is een dorp met 1100 inwoners (dus dat laatste was natuurlijk niet helemaal waar).

Op de boerderij

Mijn schoonfamilie woont daar. Opa, oma, oom, tante, neef, nicht. En allemaal vaak te vinden op en om de boerderij van m’n schoonouders. Hoe leuk dat onze jongens net zo gaan opgroeien als hun vader. Het leven op de boerderij meekrijgen. Trekkers, aardappelen, bieten. Ties vindt het nu allemaal al fantastisch. Hij loopt ook het liefst op z’n klompjes: de hele dag en overal. Laatst wilden we nieuwe schoenen kopen. Hij werd er verdrietig van dat hij z’n klompen uit moest doen. Resultaat: meneer heeft geen nieuwe schoenen. Wellicht wordt hij ook boer, een echte boer als hij later groot is.

Klushuis

De sleutel hebben we sinds een dikke maand. Het is een fijn huis, maar wel enorm gedateerd. Daar heeft de tijd veertig jaar stilgestaan. Dat betekent werk aan de winkel. Hier moeten we wat van kunnen maken.

Ouders

Maar… twee kinderen, drie dagen werken en een klushuis is geen ideale combinatie helaas. Van te voren dachten we dat we daar iedere vrije minuut zouden gaan besteden om het helemaal naar onze zin te maken. De werkelijkheid is dat mijn ouders in onze nieuwe achtertuin kamperen in hun caravan (waar gelukkig vloerverwarming in zit). En dat zij degenen zijn die iedere vrije minuut daar spenderen. Ontzettend fijn dat ze én handig zijn én het heel leuk vinden.

Klussen met kinderen

Natuurlijk zijn wij daar ook veel en proberen wij ook zoveel mogelijk te doen. Maar onze twee kinderen hebben echt meer aandacht nodig dan dat. Marten is liever lui dan moe: hij is bijna negen maanden en kruipt nog niet. Sinds een week komt hij eindelijk met tijgeren de kamer door. Maar dat wil je op de ‘bouwplaats’ liever niet. Niet omdat hij niet vies mag worden, maar omdat ik het niet zo’n fijn idee vind dat hij voor dweil gaat spelen en onze stofvloer gaat aflikken.

Vies worden

Want vies worden mogen ze! Graag zelfs. Lekker buiten in de blubber. Maar dat mislukt een beetje zo. Het is zo makkelijk om, wanneer Marten slaapt (en dat doet hij veel), Ties een scherm voor te houden zodat ik mijn handen even uit de mouwen kan steken en ook behang eraf kan trekken, schuren, gronden en behangen.

Aanpoten

De avonden gaan bij ons in shifts: Willem klust en ik hou me bezig met de kinderen of ik klus en Willem houdt zich bezig met de kinderen. Een avondje gezellig op de bank is op dit moment niet echt aan de orde. Maar dat komt goed… snel… want het is nog maar tot 1 februari voordat we de sleutel moeten inleveren van ons ‘oude’ huis. Voor die tijd wordt het nog even aanpoten en doorzetten om alles op tijd af te krijgen, zodat we straks een nieuwe fijne plek hebben waar we de komende jaren heerlijk zullen gaan vertoeven. 1 februari moet lukken, en met ouders zoals die van mij gaan we dat redden!

Deel dit artikel